Lotte, Michael en Robin over film 50/50 in de Volkskrant

Posted: februari 4th, 2012   |   Category: nieuws | Nieuwtjes

Robin, Lotte en Michael

Robin, Lotte en Michael

Lotte samen met ex-kankerpatienten Robin en Michael in de Volkskrant over de film 50/50

Op dinsdag 29 november werd de nieuwe film 50/50 besproken in de Volkskrant en daar was Lotte bij. Met Robin en Michael, beide ook ex-kankerpatient zagen zij de persviewing van de film en hielden er een interview over. Op dinsdag 29 november verscheen het artikel in de Volkskrant. Hieronder vind je het gehele artikel terug.

Het jongerenlabel van het KWF, Fight Cancer, heeft in samenwerking met Dutch Networks een speciale actie opgezet. Als je Fight Cancer met 10 euro te steunt, ontvang je een filmbon voor de film 50/50. Maak via deze link gebruik van deze mooie actie.

Je bent jong en succesl en ineens heb je kanker. Daarover gaat de film 50/50. Drie Nederlandse ex-kankerpatienten beken de film en bespreken hoe realistisch hij is.

———————————————————————————————————————————-

 

Lotte Wieland (27) uit Amsterdam

Heeft haar eigen stichting opgericht Belle and Balance, die yogalessen geeft aan vrouwen met kanker. Studeert cultuur, organisatie en management. Kreeg 3 jaar geleden borstkanker. Bij de operatie waarbij twee borsten zijn geamputeerd en siliconen zijn geplaatst bleken er uitzaaiingen te zijn. Daarom is Lotte daarna nog bijna een jaar behandeld met chemokuren, bestraling, hormoonkuren. Ze is ‘schoon’. Een keer in de drie maanden heeft ze controle.

Robin van der Meulen (20) uit Diemen

Zit op het Johan Cruijffcollege, doet zijn eindstage bij een sportschool in Diemen. Wil beroepsatleet worden. Mikt als speerwerper op de Paralympics in Rio de Janeiro in 2016. Kreeg 3 jaar geleden botkanker. Zijn linkeronderbeen is geamputeerd en hij is 8 maanden behandeld met chemotherapie. Daarna moest hij revalideren en leren lopen (en uiteindelijk sporten) met zijn prothese.

Michael van Dorp (27) uit Amsterdam

Werkt bij een onderzoeksbureau in Amsterdam, heeft plannen om als tekstschrijver voor zichzelf te beginnen. Organiseert feesten (Electrocure genaamd) waarvan de opbrengst naar Fight Cancer gaat. Kreeg in 2005 leukemie. Heeft chemokuren gehad en een stamceltransplantatie. In mei 2006 was hij klaar met de behandeling. Hij is sinds die tijd ‘schoon’ en heeft nog eens in de anderhalf jaar controle.

Hoe waarheidsgetrouw is de film 50/50 over een jonge succesvolle man die te horen krijgt dat hij een tumor in zijn ruggenwervel heeft? In de Hollywood productie krijgt de hoofdpersoon Adam (27) chemotherapie en bezoekt hij een psycholoog. 50/50 gaat over zijn worsteling met de ziekte. De film, die donderdag in première gaat, is aanleiding voor een gesprek met drie jonge ex-kankerpatiënten over hoe zij hun ziekte hebben ervaren en of de film een realistisch beeld geeft van wat zij hebben meegemaakt. 

Het Slechte Nieuws

Adam (27) heeft tijdens het hardlopen en in de rij voor koffie bij Starbucks last van onverklaarbare rugpijn. Hij gaat ter controle naar het ziekenhuis. Een arts geeft hem de uitslag. in onbegrijpelijke termen en zonder enig medeleven vertelt deze man dat Adam een tumor heeft in zijn ruggenwervel. Hij heeft 50 procent op genezing.

Michael: ‘De manier waarop de arts het nieuws aan hem vertelt, dat vond ik totaal onherkenbaar. Ik hoop niet dat dit typerend is voor Amerikaanse artsen.’ Lotte: ‘Zo weinig emphatisch vermogen.’ Michael: ‘Ik had een hele lieve arts die alles goed verteld een uitlegde. Wat ik vooral ook onherkenbaar vind, is dat het beeld helemaal vaag wordt als Adam het nieuws hoort. Hij zoomt uit, verstaat niet meer wat de arts zegt. Bij mij was dat heel anders: ik weet nog letterlijk ieder woord dat is gezegd toen ik hoorde dat ik kanker had. Bij mij was het ook 50/50, ik ging juist heel goed opletten met het idee: wat gaan we nu doen?’

Lotte: ‘Mijn arts in het eerste ziekenhuis vertelde me dat ik geen kanker had. Ze zei: ga naar huis, ga het vieren. Drie dagen later kreeg ik een telefoontje dat het toch niet goed was. Ik had dus duidelijk wel zo’n arts zonder empathie. Ze zei: ik maak geen fouten, mijn handen voelen of er iets fouts zit. Ze kreeg niet over haar lippen dat ze een beoordelingsfout had gemaakt. Je kunt zo iemand wel door elkaar schudden. Bij het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis kwam ik gelukkig terecht bij een hele prettige, goede arts.’

Robin: ‘Bij mij was het weer heel anders. Ik was 16, ik liep bij de kinderafdeling. Ze vertellen het nieuws daar wat persoonlijker. Tja, wat gebeurt er met je, als ze het vertellen. Ik zoomde niet uit, maar ik was wel in één keer helemaal kapot. De arts vertelde over de bijwerkingen van de chemo, dat vond ik heel zwaar. Kaal worden, dat soort dingen.’

Michael: ‘Ik schoot meteen in een soort overlevingsmechanisme, dat noemen ze ook in de film. Ik heb na het nieuws heel even zitten janken op de wc. Toen ik eruit kwam, gingen we meteen beginnen met de behandeling. Mijn bloed moest meteen gezuiverd, zo slecht ging het al met me. vanaf dat moment heb ik alleen maar zitten lachen. Niet hysterisch ofzo. Ik dacht: oké, dit gaan we doen, nou, leuk. Ik weet niet wat voor raar mechanisme dat is. Natuurlijk heb ik nog wel dipjes gehad, dat ik lag te huilen in mijn bed, maar ik heb dat gevoel niet meer echt losgelaten.’

Lotte: ‘Van: dat gaan we eens even doen.’

Michael: ‘Mensen worden wel eens boos als ik het zeg, maar het was ook een fijne periode. Ik had de hele tijd familie en vrienden over de vloer.’

Lotte: ‘Ik herinner het me de warmte ook als iets dat heel fijns was.’

Michael: ‘Ik vind het ook heel herkenbaar dat Adam zo kalm was. Mensen worden écht boos als ik dit zeg, maar het fijne aan die periode was ook dat je maar één zorg in de wereld hebt. Normaal ben ik best een stresskip, ik maak me snel zorgen, maar toen ging het maar over één ding: beter worden. Af en toe mis ik dat wel, dat gevoel.’

De Reacties

Adam vertelt zijn omgeving over zijn ziekte. Zijn vriendin Rachel zegt hem bij te willen staan, maar gaat niet mee het ziekenhuis in en gaat vreemd. Zijn beste vriend Kyle, een optimist, ziet de kanker als een uitgelezen kans om meisjes mee te versieren. Zijn overbezorgde moeder zou het liefst bij hem willen intrekken. Adams baas noemt het ‘fijn hem gekend te hebben’. De rest van zijn collega’s blijft steken in: ‘Het komt vast wel goed.’ 

Michael: ‘Hoe zijn vriendin reageert vind ik gelukkig ook heel onherkenbaar. Mijn vriendin was iedere dag bij me. Sterker nog: ze werd pas mijn vriendin toen ik al een maand ziek was. Ze is nu mijn vriendin niet meer, maar ze blijft mijn heldin.’

Robin: ‘Iedereen was er voor me, vanaf het begin. Al mijn vrienden kwamen op bezoek, gigantisch veel, af en toe was het echt een groot feest. ik heb zoveel gelachen. Ik herkende niks in de film. Die vriend deed een beetje lollig…

Michael: ‘Ik was zelf ook optimistisch. Maar ik kon het wel irritant vinden als anderen té vaak, té hard zeiden: het komt wel goed, je wordt beter. Hoho, dacht ik dan, ik ben wel ziek, hoor.’

Lotte: ‘Ze wisten zich misschien geen houding te geven. Ik heb wel eens gehoord; wat moet je zeggen. Het fijnste vond ik als mensen er gewoon naar vroegen. Mijn moeder was net overleden, ook aan borstkanker, dus we was een enorm gevoel van dubbelop. Ik zat zelf nog in een verwerkingsproces, gebeurt mij hetzelfde. Dat was voor de familie ook moeilijk: het gebeurt wéér.’

‘In de film is de relatie van Adam met zijn moeder lastig. Dat herken ik wel vanuit mijn eigen situatie. Door alles wat mijn vader al mee had meegemaakt, hij woont aan de andere kant van het land. Hoe betrek je elkaar dan in het ziekteproces? Ik wilde in Amsterdam worden behandeld, daarom heb ik bij een oom en tante in Amsterdam ingewoond. Na de chemo’s namen mijn zusjes, mijn vader en mijn vrienden allemaal één dag voor hun rekening. Er werd heel goed voor me gezorgd.’ 

De Behandeling

De chemotherapieën ondergaat Adam in het ziekenhuis. Mede-slachtoffers zijn vriendelijke oudere heren, met wie hij hasjkoekjes eet. Adam wordt misselijk van de chemo. zijn vriend scheert zijn haar af. Hij gaat er steeds slechter en bleker uitzien. Als blijkt dat de tumor zich niks geeft aangetrokken van de chemo, moet Adam een zeer risicovolle operatie ondergaan om de tumor te verwijderen. 

Robin: ‘Ik vind dat de filmmakers zich niet echt goed in de kanker hebben verdiept. Het laatste half uur wordt dat wat beter, maar in het begin voelt hij zich prima, ook tijdens de chemo’s. Bij Komt een Vrouw bij de Dokter voelde ik heel erg mee, maar dat had ik met deze film totaal niet.’

Lotte: ‘Aan het einde had ik dat wel.’ Robin: ‘Maar het eerste uur..’ Lotte: ‘Blijft de ziekte onderbelicht.’ Michael: ‘Ik zat me tijdens het kijken wel regelmatig af te vragen: hoe gaat het met hem? Slaat de chemo aan? Als kankerpatiënt hoor je constant hoe het met je gaat: met de chemo, met bloedwaardes. dat hebben ze uit de film gelaten. Maar misschien mis je dat niet als je het zelf niet hebt meegemaakt.’

Lotte: ‘Wij zitten te wachten op medische feiten. Ik weet nog elke beslissing uit die tijd: wat gaan we doen, gaan we behandelen, is dat écht noodzakelijk? Dat blijft hier een beetje oppervlakkig.’

Robin: ‘Ik weet niet hoe het met jullie was, maar ik was helemaal kapot van de chemo. Daarna kon ik helemaal niks meer. Ik herstelde net niet helemaal en dat moest ik alweer naar de volgende. dat vind ik slecht aan de film: je krijgt totaal geen goed beeld van de ziekte. Chemo is heel heftig spul. Ik lag ook in mijn eentje in een kamer voor de behandeling.’

Lotte: ‘Voor mij lag het wel dichter bij de werkelijkheid, ik zat wel in zo’n stoel bij de dagbehandeling. de eerste kuren waren vrij heftig, daar werd ik aardig ziek van. Maar het laatste deel van de kuur kreeg ik een Taxol chemokuur, daar zwol ik wel van op, maar ik ging me ook heel happy voelen, van binnen.’

Michael: ‘Het verschilde bij mij per kuur. Bij de ene cocktail moest ik veel overgeven, de andere keer mocht ik snel naar huis, en kon ik leuke dingen doen. Ik heb veel met vrienden gehangen en jointjes gerookt tegen de pijn. Dat heb ik meteen gevraagd: wat mag wel en wat mag niet op dat gebied. Nou, je moet eigenlijk stoppen met alles, maar toen ben ik waarschijnlijk een beetje gaan sputteren, dus zeiden ze: blowen kan iets helpen tegen misselijkheid en hoofdpijn.

‘Hoewel werkelijk niks helpt tegen de hoofdpijn na een ruggenprik. Hebben jullie dat gehad?’

Robin: ‘Ik werd geamputeerd en kreeg een ruggenprik. Toen hebben ze een half uur lopen mis prikken. Mijn moeder was woest.’

Lotte: ‘Voor mijn amputatie kreeg ik ook een ruggenprik. Dat mislukte en ik ben flauw gevallen, zo in de armen van de arts. Je krijgt van te voren pilletjes om rustig te worden, dus ik was al een beetje high, en dan die pijn die er doorheen schiet. En daarna moest die ruggenprik dus nog een keer. Dat waren de heftigste momenten in het ziekteproces: de pijn die je kunt hebben en het feit dat ik wakker werd met een verminkt lichaam. Ze hebben meteen siliconen eronder geplaatst, waardoor de borstspier uitrekt. Dat doet ook veel pijn. Ik heb heel lang aan de morfine gezeten.’

Robin: ‘Had je zo’n pompje?’

Lotte: ‘Nee, dat niet.’

Robin: ‘Dat mis ik wel af en toe. En de methadon.’

Michael: ‘ik heb 4 dagen non-stop aan de morfine gezeten. Fantastisch. Er is niks meer aan de hand in de wereld, alles is prima.’

Robin: ‘Ik heb nog nooit aan drank of drugs gedaan, maar die morfine, methadon, lorazepam, geweldig. Helemaal stoned. Ging ik expres mijn plas ophouden om de hele plasfles van 1,3 liter vol te plassen. En dan met mijn stonede hoofd de zusters bellen om dat trots te laten zien.’

De Angst voor de Dood

In de dagen voor de operatie lijkt Adam ineens te beseffen dat hij het risico loopt dit niet te overleven. Zijn ouders lopen met hem mee naar de operatiekamer. Bij de anesthesist breekt ervoor het eerst grote paniek door. Adam: ‘Hoe weet je nou of je me genoeg verdooft? Hoe weet je nou dat ik niet tijdens de operatie wakker word? Hoe weet je nou of ik ooit nog wakker word? Mamma?!’

Robin: ‘Ik zei laatst tegen mijn moeder, hoe zat het nou, had ik nou ook een kans van fifty/fifty? Daar was ik toen helemaal niet mee bezig. Ik voelde gewoon: ik ga dit overleven, ik heb nooit gedacht: ik ga dood. Ik was wel bang voor de amputatie: kan ik nog meisjes krijgen? Kan ik nog voetballen? Ik was bang om onvruchtbaar te worden bang voor een kale kop. Bijzaken, maar voor mij heel belangrijke bijzaken.’

Lotte: ‘Ik ben nooit bang geweest om dood te gaan, dat heeft bij mij niet gespeeld. Maar mijn moeder was net overleden, dus voor mijn omgeving was dat wel een zorg, veel meer dan voor mij. De angsten die ik had gingen over de verminking van mijn lichaam. Ik zou ook nog kala worden op hetzelfde moment. Alles wat mij vrouw maakte: lang haar, borsten, alles was weg. Maar ook daar wen je aan. Dat is een overlevingsmechanisme. In het begin vond ik het héél erg, maar als je je lichamelijk beter gaat voelen, kun je ook weer beter relativeren. Ik weet wat het alternatief zou zijn geweest, namelijk hier helemaal niet zitten.’

Michael: ‘Ik ben van mezelf heel erg bang voor de dood, altijd geweest. Maar daar komt dat rare mechanisme weer: dat halve jaar dat ik ziek was, dus niet. Tot ik het kreeg heb ik mijn hele jeugd gedacht dat ik jong aan kanker zou overlijden. Maar dat halve jaar was die gedachte helemaal weg. Dat zal ik nooit begrijpen. In een dipje heb ik wel een keer een afscheidsbrief aan de wereld geschreven, gericht aan mijn vriendin en mijn moeder. Heel kort. Mar dat was meer een manier om een nachtelijke huilsessie van me af te schrijven.’

‘Nu is de angst voor de dood trouwens weer terug. Dat zit gewoon in mij. Hoewel ik niet bang ben om weer kanker te krijgen. Ik heb ook al jaren niet meer dat het heel veel met mij doet, als ik iets op tv zie over kanker. Ik voel een klein trillinkje door mijn lijf, dat is het. Ik denk niet terug aan die tijd.’

Robin: ‘Het trekt wel altijd mijn aandacht. Maar ik word niet verdrietig. Ik heb de film 50/50 gekeken met een van mijn beste gabbers. Hij heeft wel een traantje gelaten, zag ik. Hij moest erg terug denken aan ons in die tijd. Dat vind ik mooi. Zo van: gabber! Weet je wel, dat gevoel.’

Michael: ‘dat hebben we alle drie, dat we de ziekteperiode best fijn vonden. Ik heb daar later vaak over nagedacht. er zijn maar weinig mensen die tijdens het leven horen hoe bijzonder ze zijn voor iedereen. Het si best bijzonder dat wij dat al wel hebben mee gemaakt. Al je grafredes krijg je al te horen.’

Lotte: ‘Ik heb het er met een vriendin vaak over, met een wijntje erbij: dat het zo fijn is dat we zo dichtbij elkaar zijn gekomen en dat onze band zo sterk is.’

Michael: ‘Ik heb me natuurlijk voorgenomen de rest van mijn leven zo te leven: dat je anderen vertelt hoe bijzonder ze zijn. Maar dat duurt dan meestal 5 minuten.’

Lotte: ‘Ik heb het met kleine dingen. Als ik op ene bankje zit in de zon in het Vondelpark. Ik zit hier toch maar mooi!’

Robin: ‘Ik ga goed met mijn lichaam om: sporten, goed eten. Ik zal mijn lichaam niet verklooien met van alles en nog wat. Waar ik absoluut niet tegen kan, zijn mensen die zitten te zeiken over kleine dingetjes. dan denk ik: Mens! Waar héb je het over?’

No comments for this entry yet...

Comments are closed.